donderdag, 27 december 2012 13:00

Steven Gort

Twee ritjes in een auto. Als passagier. Naast de bestuurder. In dezelfde week. De eerste 20 november. Een dinsdag. De tweede 24 november. Een zaterdag. In dezelfde week. Hoe bizar?! Mijn momenten van 2012. Staan in mijn herinnering gegrift. Hebben onuitwisbare indruk achtergelaten. De samenvatting van jaren. In die twee momenten.

20 november.

Onze middelste zoon Tom is jarig. 15 jaar geworden. ’s Morgens zingen pleegouders en hun dochter. Een verjaardagsliedje aan het bed van onze zoon. Die sinds juni in een pleeggezin woont. Dit is zijn eerste verjaardag. Daar. In het pleeggezin.

’s Avonds gaan wij op verjaardagsvisite. Het is gezellig. Het huis flink vol. Tom in z’n element. Dat is te zien. Dat is te merken. Heerlijk om te ervaren. Te beleven. Mee te maken. Je gunt het hem zo! Na al die jaren hulpverlening. Na al die jaren strijd. Spanning. Verdriet. Pijn.

Tom die plezier heeft. Tom die lacht. Die blij en vrolijk is. Ontspannen. Wel druk. Maar niet overdreven. Niet dat grenzeloze. Niet dat ongecontroleerde. Gewoon. De puber die hij is. Mag zijn. Op zijn plek. Nu. In dat pleeggezin. Hij lacht. Kijkt vriendelijk om zich heen. Geniet van de aandacht. De gezelligheid. Bijna vanzelfsprekend. Alsof er geen geschiedenis meer is.

Aan het einde van de avond. In de auto naar huis. Zit ik naast de bestuurder. Laat me rijden. Er worden wat woorden gewisseld. Voor de vorm. Om aan de spanning te ontsnappen. Ik weet het niet. Ik hoor niets. Ik voel slechts. Hoe verrot zeer het doet. Om mijn zoon achter te laten!

Steven Gort stuur 980

24 november.

Een vriend heeft aangeboden. Om te rijden. Te helpen met het verhuizen van wat spullen. Ik heb 2 uur ’s middags afgesproken. Stipt op tijd staat zijn auto op de oprit. Thuis. Mijn spullen liggen klaar. In de keuken. Paar tassen met kleren. Beddengoed. Mijn computer. Twee beeldschermen. Paar tijdschriften en boeken. Verder niet. Of het moet de tas met boodschappen zijn. Die nog buiten staat.

We laden alles achterin. Ruimte genoeg. De bank hoeft niet plat.

We vertrekken. Ik zit naast mijn vriend. Mijn vrouw achter hem. Zo rijden we naar elders. Waar mijn tijdelijke woonplek staat. Want ik ga een tijdje apart wonen. Zelfstandig. Afstand nemen. Is ruimte gunnen. Aan elkaar. Afstand nemen. Is ruimte nemen. Voor bezinning. En omdat we het waard zijn. Dat we investeren. In onszelf. En daarmee ook in elkaar. Die verantwoordelijkheid voel ik. Die beleef ik. Die voelen wij. Die beleven wij.

Ik zit naast de bestuurder. Laat me rijden. Een ongemakkelijk gevoel maakt zich van mij meester. De belevenis van deze werkelijkheid. Is ingrijpender dan ik dacht. Het hoofd laat het afweten. Het hart neemt het over. Pijn in het lijf. Is beter te verdragen. Dan dit.

In die stoel naast de bestuurder. Voel ik de spanning in mijn borstkas. Hartepijn. Om haar. Om ons.

More in this category: « Lisa Portengen Anne-Kee Deelen »

5 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.