vrijdag, 28 december 2012 09:00

Cor Hospes

Donderdag 30 augustus 2012, 15.15 uur

‘Hé, ga je thuis werken.’

‘Als dat kan, ben net terug met de auto van een afspraak. Heb geen zin eerst naar kantoor te fietsen om mijn laptop te kunnen openslaan.’

‘Ik was net van plan weg te gaan. Moet nog boodschappen doen. Dan neem ik Reeve wel even mee in de bakfiets.’

‘Fijn. Over een uurtje terug? Dan haal ik daarna samen met haar Joeki op. Die is spelen bij Luna toch?’

‘Is goed, ik zie je zo, Reeve, zeg je dag tegen pappa?’

‘Dag pap.’

‘Dag Peep, tot zo, krijg ik geen kus?’

Daar gingen ze. Reeve en Hanneke. Samen boodschappen doen. Kon ik nog wat dingen afmaken. Paar mails versturen, nieuwe presentatie in de steigers zetten, een telefoontje doen dat al de hele dag was blijven liggen, blogpost schrijven, op een tweet reageren, nou ja, dat soort belangrijks waarmee voordat je het weet een uur zomaar voorbij is, en twee uur ook.

Alleen, waar bleven Reeve en Hanneke nou. Ze zouden een uur wegblijven. Geen weer ook voor een speeltuin of ander buitenspeelvertier. Misschien waren ze onderweg een bekende tegengekomen, zaten ze met een vriendin en haar kinderen in Lloyd Hotel of Pata Negra, theeleuten en kleurplaten, maar nee, toen ineens die tweet.

‘Bel me, ernstig.’ Van Hanneke.

Direct schrik, keelkloppingen. Waarom een tweet, en geen telefoontje…  En waar was verdomme mijn telefoon.

Nog meer schrik, trillingen in bovenbenen en onderarmen, en onrustig gedribbel door huis op zoek naar mijn iPhone.

Kijken op tafels, onder tijdschriften, wroeten door tas, hè, verdorie, waar was die telefoon.

Nog onrustiger dribbelen, nog onrustiger wroeten in jaszakken, andere jaszakken, nog meer jaszakken, en nog een keertje die tas leeghalen ook.

Mijn telefoon, waar was die f@#%ing k*ttelefoon. Tweet terugsturen: ‘Kan telefoon niet vinden. Wat is gebeurd? Waar ben je?’

Geen antwoord.

Nog sneller door huis lopen, stampend en vloekend, waar is die k-telefoon… Nog een keer kijken in jassen en tassen…

De auto, de telefoon lag beneden in auto.

Lift in, lift naar beneden, rennen door keldergang naar garage, autoslot ontgrendelen…. Nee, geen telefoon…

G#@!mme.

Weer omhoog, kan die lift niet sneller, kom op, nadenken, rustig nadenken, opnieuw naar binnen lopen zoals je zo’n twee uur geleden naar binnen bent gelopen, determineren, determineren en toen wist ik het, mijn iPhone zat in mijn jasje dat ik, direct nadat ik was binnen gekomen, in de slaapkamer had uitgedaan, ja, hebbes.

Op het scherm zag ik veel gemiste oproepen en sms’jes van Hanneke.

Op het antwoordapparaat geen gesproken boodschap van haar, wel van iemand die ik niet kende en mij vertelde dat Hanneke een ongeluk had gehad op de bakfiets en dat zij met een flinke hersenschudding naar het ziekenhuis moest, en dat Reeve ogenschijnlijk niks mankeerde.

Reeve!

Terugbellen, kom op Hanneke, neem die telefoon op.

Door mijn hoofd duizelden dwarrelemoties die wachten op een finale uitbarsting.

Reeve, dacht ik, die arme Reeve, wat was er gebeurd, kom op Hanneke, neem op….

Nog een keer bellen, en ja, Hanneke, Hanneke, waar ben je, wat is er gebeurd.

Zij was aangereden op de bakfiets door een auto. Op dat superverkeersonveilige kruispunt voor de Albert Heijn  waar bijna wekelijks fietsers van hun zadel worden geschept. Groen voor fietsers, en tegelijk groen voor auto’s van meerdere kanten, en deze automobiliste van een Saab kwam van zo’n meerdere kant, de Oostelijke Handelskade, en zag Hanneke te laat, nee, zag haar gewoon niet, omdat ze vanaf die kant geen fietsers verwachtte, omdat ze het kruispunt niet kende, en omdat ze niet uit de buurt maar uit Renkum kwam.

cor ongeluk 1
Foto: Martin Damen

Bam, knalde het.

Meeuwen vlogen op.

Mensen sloegen hun hand voor hun mond.

Hanneke schoot met een luide kreet door de lucht en werd tegen een voorruit van een Saab uit Renkum gekwakt, waarna ze als een verfrommelde prop papier op de grond viel. Tegelijk was de bakfiets een drietal meters meegesleurd en omgevallen, waarbij Reeve uit de bak was gesprongen of gelanceerd, en op haar billetjes op de tramrails terecht was gekomen, niet voor een aanstormende auto of ander dodelijk verkeersmonster.

‘Het eerste wat ik wilde weten, toen ik weer bij bewustzijn was, waar was Reeve, waar is mijn meisje. Ik zag haar lopen en was gerust. Zij had een snoepje gekregen van die mevrouw van die Dönnertent bij de Albert Heijn, die heeft alles zien gebeuren. Ik lag stil op grond met bloed op mijn hoofd en Reeve riep ‘Mamma is dood’.’

‘Maar waarom, waarom nam je nou de telefoon niet op, en Reeve, het was zo zielig voor Reeve, die de hele tijd huilde en vertelde dat haar mamma dood was.’

‘Nee, zij heeft niks, wonderwel niks, ongelooflijk, er is de hele tijd een vrouw bij haar, die is heel lief, en Reeve praat maar over het ongeluk en kijkt daar heel serieus bij, zo nu en dan kijkt zij heel snel naar het bed om te kijken of ik nog beweeg, dat is zo zielig en ik kan niks doen, kan haar vastpakken…’

In de auto moet ik en snel. Naar het OLVG, naar de eerste hulp, daar lag Hanneke, en ondertussen vooral rustig blijven ademhalen, laat die emoties nog maar even suddersuizen in die schedelpan. De ouders van Hanneke bellen ook, de ouders van Luna bellen, en vragen of Joeki wat langer blijven kon, leg het later wel uit, niet aan Joek vertellen in ieder geval, Hanneke ligt in het ziekenhuis, heeft een ongeluk gehad.

De rechterkant van haar gezicht was gezwollen, boven haar wenkbrauw een langwerpige bloedkorst.

Een zuster stond klaar om haar weg te rijden voor een hersenscan, tranen toen zij mij zag, en pappa, pappa, klonk het achter me.

Reeve!

Peep sprong in mijn armen, en hield me vast zoals ze mij nog nooit eerder had vastgehouden.

Zij zat aan een tafeltje, en daar zat nu alleen nog de mevrouw die de hele tijd bij haar was geweest, met haar was meegegaan naar het ziekenhuis, lief en attentierijk voor haar was geweest, nee, de politie wilde Reeve direct na het ongeluk niet naar ons huis brengen, omdat ze niet zeker wisten of ik daar wel zou zijn, alleen dan maken ze zo’n ritje, dus moest zij mee, in de ambulanceauto, huilend in de armen van een onbekende vrouw, die de zus van een voormalige buurvrouw bleek, dus niet helemaal vreemd was, en zij was juf op een lagere school en had alles voor haar ogen zien gebeuren.

‘Zij heeft mij alles verteld over het ongeluk’, vertelde de juf, ‘heeft een tekening gemaakt ook, kijk maar, twee grote poppetjes en twee kleintjes…’

Ik begon te breken. In mijn hoofd dansten tal van primaire gevoelens de horlepiep. En Reeve huilde kleine traantjes in mijn nek.

Veel praten tegen haar, veel vertellen, en zeggen dat het met mamma goed komt, en nee, mamma is niet dood, die gaat nu even met die dokter mee en komt zo weer terug, we wachten wel totdat mamma terugkomt.

Half uur later ben ik thuis. Hanneke is nog in het ziekenhuis. Haar zus is naar haar op weg naar het OLVG. Haar ouders waren op weg naar ons huis. Ik had Joeki opgehaald en de juf weggebracht, en Joeki thuis verteld over het ongeluk, gewacht op de ouders van Hanneke, en Reeve zegt niet veel meer, kijkt alleen maar, kijkt naar foto’s van Hanneke in de gang, en zegt dat dit nog een levende mamma was, en zij houdt zich aan mij vast.

Weer een uurtje later ben ik thuis. Met Hanneke en haar zus, en dan ook knapt Hanneke.

Joeki heeft een tekening gemaakt. Een bakfiets zonder bestuurder en een vrouw die door de lucht vliegt.

Schermafbeelding 2012-12-27 om 23.21.58

Zij is heel erg geschrokken, vertelt zij een paar dagen later.

We zijn weer samen.

Slim die tweet, zeg ik.

Het was de enige manier waarop zij mij hoopte te kunnen bereiken, ik zat achter mijn laptop immers misschien.

De bakfiets staat total loss bij Bureau Balistraat, meegenomen achterop een vrachtwagen. En dan ook begint het stroperige gedoe met verzekeringen, letselschadeadvocaten, Hanneke is bijna drie maanden uitgeschakeld, vervelend als je zelfstandig werkt, en het juist de drukste tijd van het jaar is.

Ik ontmoet de mevrouw uit Renkum, en later ook zal zij Hanneke spreken; ook zij is overstuur en verstopt haar emoties en trillippen achter een miraculeus groot boeket bloemen en een knuffelhondje voor Reeve, want ja, zij rijdt ook niet express bakfietsers door de lucht, en , vooral, hoe gaat het met jullie dochter, hoe gaat het met haar, hoe heette zij ook al weer, Reeve, ja, Reeve, zo’n mooie naam.

Met Reeve ging en gaat het goed. Zij was nog lange tijd bang in de –nieuwe- bakfiets, vooral als mamma die bestuurde. En zij was de eerste weken na het ongeluk een tikkie bang voor mamma, omdat die zo’n lelijk oog en een flinke bloedkorst op haar gezicht had.

Ook is Reeve banger voor auto’s, houdt zij mij en Hanneke nog steviger vast bij het oversteken of als ze in de garage een auto hoort. Als zij over het ongeluk begint, bijvoorbeeld als we langs het kruispunt rijden, dan vraag ik door, maar die verhalen worden alsmaar minder, zoals het ongeluk haar nauwelijks nog bezig houdt. Een gesprek met een kinderpsycholoog was nimmer nodig.

Hanneke is nog altijd niet helemaal hersteld. Heeft pas recentelijk weer een paar klussen kunnen doen, en ja, toch hoofdpijn, een soort druk boven haar oog. Maar geen tranen meer als zij over het ongeluk praat, dankzij EMDR, voluit Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een techniek die je in een keer van vastzittende traumatische ervaringen kunt verlossen. Dus kan zij weer snottervrij met iedereen uit de buurt en van het schoolplein over de knal praten, en wie heeft daar op het schoolplein en uit de buurt niet over gehoord. ‘Oh, was jij dat van dat ongeluk met die bakfiets’.

Ik heb ook handen geschud met de mijnheer die mij dat sms’je had gestuurd dat eigenlijk niet gestuurd had mogen worden, maar waar ik heel blij mee was.

Zijn dochter zit in de klas van Reeve.

Bam.

Een ongeluk.

Op 8 minuten fietsen van ons huis.

Hanneke, Reeve, ze hadden allebei dood kunnen zijn.

Het doet je realiseren dat alles waarvan je houdt, alles waar je blij en verliefd van wordt, dat dit alles zomaar in een keer voorbij kan zijn, uitzwaaien, een kusje nog voordat ze allebei de deur uitlopen, bam, in een klap, alles kapot, door een automobiliste die de weg niet kent.

Daarom ga ik volgend jaar nog meer genieten van het kleine, van alle geluksmomenten met mijn meisjes, mijn meisjes die mij omringen en mij maken tot wie ik ben. Die mij vasthouden, die mij dingen leren en die mij verhaaltjes vertellen waar ik gelukkig van word.

Waar ik heel gelukkig van word.

Waar ik heel gelukkig en oud mee hoop te worden.

tekening cor hospes

Foto’s van ongeluk: http://www.at5.nl/gespot/86023/moeder-en-kind-met-bakfiets-geschept-door-auto

More in this category: « Hanneke van Stokkom Femke Dekker »

13 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.