zaterdag, 29 december 2012 12:30

Els ten Napel

Lente. Carillonklanken dwarrelen over de Jordaan naar mijn balkon. Mussen vliegen af en aan. Buiten krijgen de bomen langs de grachten nieuwe blaadjes, een betoverend groen waas. Lopend door de smalle zonnige straten wil ik genieten, maar mijn buik zit in de knoop. Ik wil naar buiten. Ontsnappen uit de stad. Knerpend zand. Ruisende bomen. Lucht voor zieke longen. Mijn huis in Amsterdam voor een huis op Texel... ruilen. Maar de spelregels zijn weer eens veranderd en we kunnen niet tekenen. De stad is van steen.

Op 30 juli neemt een grote wagen al mijn spullen mee naar het eiland. Op de boot knijp ik in de hand van mijn lief. We eten Chinees in de tuin en slapen tussen de dozen.

Hoogzomer. Ik lig op mijn picknicktafel naar de meteorietenregen te kijken. Ze maken geen geluid. Mijn benen zitten vol bloederige strepen door de scherpe doorns maar ik word beloond met bakken vol dikke zoete bramen. Ik proef schapenkaas. Hele jonge en hele oude. Ik loop op blote voeten over een grazig pad naar de Hoge Berg. Ik duik in zoute golven en laat mijn voeten wegzakken in het natte zand. Was de lucht ooit zo blauw boven Amsterdam?

Herfst. Ineens ben ik ziek en de wereld wordt heel klein. Mijn tuin is het universum en ik zoek tussen de wijnranken naar spinnen en stop af en toe een sappige druif in mijn mond. Ik zet mijn tuinstoel op een beschut plekje en geniet uren van de zon ondanks de frisse wind. De vogels hebben het voer ontdekt dat ik heb opgehangen. Mezen, mussen, groenlingen en vinken. Een grote bonte specht. Een roodborstje vliegt tegen het raam en ligt hijgend in mijn hand. Is dat bloed in zijn snavel? De kwetsbaarheid van het leven. Een grote rode kip komt zomaar de tuin in gestapt. Van mij mag ze blijven, maar dat doet ze niet.

Het is koud. Dik ingepakt stap ik na lange weken in en om het huis weer op de brommer. Hij wacht op me in het bos terwijl ik mijn rondje loop. Langzaam groeit de wereld weer. Wat ruikt het eiland lekker. De toeristen zijn weg en ook de bramen. De heide is allang uitgebloeid en de paddestoelen hebben het mooiste gehad. Het is stil en ik hoor de wind door de dennen ruisen. Ergens roept een buizerd. Ik drink op een bankje groene thee uit mijn thermos. De damp blijft even hangen.

Ik ben verhuisd naar Texel.

texel 980

More in this category: « Erik Visser Judith Huinink »

13 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.