maandag, 01 april 2013 22:04

Sanne Walvisch (vervolg)

17 maart 2013

Een klein koud meisjeshandje raapt grindsteentjes van het pad. 'Voor oma'. Uit de draagzak op mijn buik komen zachte cavia-geluidjes. De wind giert. Mijn stiefvader schikt zijn kraag. Het is buitensporig koud voor de tijd van het jaar. In mijn lauwwarme hart pruttelt een soep van bitter gemis gemengd met zoet geluk.

'Hoi mam. Dit is hem dan. Je kleinzoon Boris.'

Stella legt de grindsteentjes op het zand. We staan aan het graf van mijn moeder.

7 januari 2013
Vanavond is het zover. Een maandagochtend in de laatste werkweek voor mijn verlof. Mijn overdracht wacht. Na de belangrijkste afspraken klap ik mijn laptop dicht en rijd ik naar mijn ouderlijk huis. Lood in mijn schoenen. Gif in mijn hart.

Twee straten van huis zet ik de auto langs de weg. In de buurt waar ik als klein meisje opgroeide, de hond uitliet, de tegels telde. Vandaag neem ik afscheid van mijn jeugd. Pogingen om de tijd stil te zetten mislukken. De warme woorden van een lieve vriendin. Ze praat me moed in. Ik geef gas en rij verder. Op de oprit staar ik opnieuw uit het raam. De minuten tikken voorbij. Wezenloos.

Haar vriendinnen nemen afscheid. Opnieuw. Ik tel de keren. Drieentwintig maal afscheid in vierendertig dagen.

Zij: 'Ik ga nog niet dood'

Vandaag is het onherroepelijk.  Hardop vraag ik me af: waarom is er eigenlijk geen woord voor dochters zonder moeder?

Om het bed. Wij, haar kinderen. Met een lach en een traan. We blijven bij haar tot de morfine en slaapmiddelen haar in slaap hebben gebracht. Beloofd is beloofd. Dan neemt de natuur het over. Palliatieve sadatie. Mijn mama sterft één nacht later. Maar dat weten we nu nog niet. De huisarts en thuiszorg doen hun werk. Het valt me op hoe zacht haar handen zijn. Haar laatste woorden ben ik gek genoeg meteen vergeten. Vrolijk was ze. Moegestreden. Opgelucht.

'Dag mama. Ik hou van jou. Dank voor wie ik door jou ben geworden.'

Snurkend blijft ze achter. Beneden eten we pasta. Mijn broer heeft gekookt. Afscheid maakt hongerig.

Later die avond rijd ik met Olivier naar zee. De zoute tranen slikken we weg met zoete taartjes.
Elke dag een feestje. De opluchting overheerst het eerst.

7 februari 2013
De wolken waaien het raam voorbij.

Het is bizar hoezeer de laatste weken voor de komst van ons nieuwe leven overeenkomsten toont met de laatste weken voor het einde van haar leven. Het wachten. Het voelen. De angst. Het verlangen.

Terwijl ik daar lig, in dat ziekenhuisbed op de derde etage, trekken de wolken aan me voorbij.

Letterlijk voel ik hoe ze erbij is. Ik zie haar voorbijzweven daarboven. Ik voel haar ondersteuning in mijn rug.

Ik weet zeker dat ze de goden heeft toegesproken: 'Maak het mijn dochter een beetje gemakkelijk'.

Het geeft me oerkracht, concentratie, discipline en vertrouwen. Drie uur later ligt hij op mijn buik. Boris William Meijer. Vernoemd naar de vaders van onze moeders. Veel in hem doet me aan haar denken. Zijn zachte handjes. Zijn kruintje. Het licht in zijn ogen.

Het gemis vindt meteen zijn plek. Natuurlijk wil ik haar bellen na afloop. Verwacht ik haar naast mijn bed. Hoop ik op een kus op mijn bol. Wil ik haar Boris als eerste laten vasthouden.

Mijn stiefvader neemt de honneurs waar. Dat doet hij als de beste. Hij snuffelt en knuffelt voor twee.

Ze zou godvergeten trots zijn

27 maart 2013
Hoe gaat het nu met me? Dagelijks probeer ik die vraag te beantwoorden. Soms omdat het me gevraagd wordt. Vaak omdat haar stem in mijn hoofd het zich afvraagt.

'Fysiek gaat het goed'

En verder? Het geluk is groot. Zonder schuldgevoel.

Het gemis evenzo. De dagen zijn gevuld met pieken en dalen. Boris geeft het leven kleur en toch is het kleurloos.

Het gemis leeft in hoofdzaak in het nu. Onvoltooid tegenwoordige tijd. Ik mis haar aanwezigheid, haar aandacht, haar onvoorwaardelijk interesse. Ik loop rond met een steeds groter ei dat niet kwijt wil. Dagelijks wil ik even naar boven bellen.

Voltooid verleden tijd laat op zich wachten. Mijn hoofd blijft verstookt van herinneringen. 'Vroeger' lijkt nog niet zo lang geleden. Dagelijks hoop ik van haar te dromen. Tevergeefs, ze is te ver weg. Het frustreert me. Het maakt dat ik me in de steek gelaten voel.

Rouwen is een onregelmatig  werkwoord. Het verdriet komt en gaat. In stukjes om het bitter hanteerbaar te houden. Soms een lach, vaak een gedachte, af en toe een traan. Er zijn momenten dat de pijn groot is. Het geluk van Boris heelt niet maar verzacht wel. Geeft afleiding.

Zij: 'Je gaat door het putje, maar je komt weer op je poten. Je hoeft niet altijd sterk te zijn, put kracht uit je gezin. Samen staan jullie sterk'.

En zo is het.

Sanne Walvisch 980

Disclaimer: in december beschreef ik in 'Mijn moment' de heftige situatie waarin ik en mijn gezin zich bevonden. Mijn mama terminaal ziek, ikzelf hoogzwanger van ons tweede kind. De hoeveelheid reacties was eindeloos. Van bekenden, totale vreemden en alles ertussenin. Dit vervolg schrijf ik 3 maanden later. Negen maanden eerder dan Henk-Jan zijn deelnemers vraagt.

Ik doe dit omdat mij regelmatig gevraagd wordt hoe het nu met mij -met ons- gaat en dat zich niet in 140 tekens laat vangen. Ik doe het ook omdat ik de behoefte voel van me af te schrijven. Tenslotte hoop ik zo iets van mijn kracht en ervaring mee te kunnen geven aan anderen. Het belangrijkste dat ik de laatste maanden heb geleerd: uiteindelijk ben je véél sterker dan je denkt.

More in this category: « Coco Gubbels

15 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.