dinsdag, 31 december 2013 09:35

Michel ten Hoove

Alsof de grond onder mijn voeten verdween. De schok. De verbazing. Het verdriet. De gevoelens van woede die snel daarop bovenkwamen. Ik had gefaald. Terwijl ik zo mijn best had gedaan.

Sinds eind augustus 2010 werkte ik bij de klantenservice van een zorgverzekeraar. De dag waarop bekend zou worden of mijn contract - voor de zoveelste keer - verlengd zou worden kwam snel dichterbij. Uiteindelijk was het zover. D-day. Mijn leidinggevende nam me mee naar een spreekkamertje en bracht mij daar de onheilstijding. Ik werd niet geacht de medewerker van de toekomst te zijn. Daarom had zij besloten afscheid van mij te nemen.

Prettige, zinvolle netwerkgesprekken
Ik kreeg deze baan na 18 maanden werkloos te zijn geweest. Formeel dan. In diezelfde periode probeerde ik mijn bedrijf Helder Verwoord op de kaart te zetten. Helaas lukte dat in onvoldoende mate. Waarom? Om te weten wat je wilt moet je weten wie je bent. Daarover later meer. Ik zag me in ieder geval genoodzaakt weer in loondienst te gaan werken.

Na zeven maanden kreeg ik weer een nieuwe callcenterbaan. In de tussenliggende periode had ik met een aantal mensen (vaak twittercontacten) hele prettige, zinvolle netwerkgesprekken gevoerd. Gesprekken die me enthousiast maakten en me energie gaven. Die mij het gevoel gaven dat er mogelijkheden waren alsnog succesvol te kunnen zijn als tekstschrijver, videograaf en journalist.

Waarom toch telkens weer die twijfel, die angst en die onzekerheid? Gevoelens die ronduit verlammend werkten en maakten dat ik geen steek verder kwam met Helder Verwoord. Ik had geen idee. Wel wist ik dat de gevoelens van woede (en verdriet) steeds vormen aannam. Je baan verliezen is een rouwproces, maar hier moest meer achterzitten. Zo belangrijk kan werk niet zijn.

Lijkt het kwartje pas echt te vallen
Omdat ik zelf de stap naar de huisarts bleef uitstellen maakte mijn vriendin voor mij een afspraak. Ik kreeg een doorverwijzing voor de psychiater. De psychiater waar ik kortgeleden een langdurige gespreksgroeptherapie had afgerond. Erg vermoeiend en confronterend maar ook veel inzicht gevend had ik gehoopt na afronding van die therapie zonder verdere hulp verder te kunnen. Dat bleek ijdele hoop.

De psychiater bezoek ik inmiddels alweer enige tijd. Lang durfde ik hier niets over te zeggen uit angst voor een etiket. Vooroordelen zijn er immers nog steeds als het om de geestelijke gezondheidszorg gaat. De groepstherapie lijkt bij de huidige één op één therapie het kwartje pas echt te vallen. Als enig kind opgegroeid bij een manisch-depressieve moeder heb ik een overvolle rugzak. Dingen die verwerkt leken te zijn rolden als lijken uit de spreekwoordelijke kast.

Het inzicht is het afgelopen jaar enorm gegroeid. Alsnog kwam ik toe aan het verwerken van zaken die mij in mijn jeugd overkomen zijn. In plaats van mijn houding en gedrag voortdurend op dat van de ander af te stemmen heb ik geleerd mijn eigen identiteit te ontwikkelen. Stond het afgelopen jaar in het teken van rouwverwerking, voor 2014 stel ik mij drie doelen: minder prestatiegericht, meer vertraging in mijn leven én bovenal authenticiteit.

More in this category: « Sheila Schenkel Jos Govaart »

2 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.