vrijdag 25 december 2015 19:00

Guido van de Wiel

Al mijn hele leven heb ik iets met het cijfer 23. Ik noemde het lange tijd mijn geluksgetal. Zo is op de spaarzame momenten dat ik me in een casino begaf - en daar mijn eerste inzet deed aan de roulettetafel – opvallend vaak het getal 23 gevallen. Eén keer in dat casino voorvoelde ik dat er direct na deze eerste inzet op 23 wéér 23 zou vallen. Ik geloofde mijn eigen intuïtie echter niet en daarna evenmin mijn ogen toen inderdaad opnieuw 23 viel.

Trouwen wilde ik eveneens graag op de 23e, maar onze trouwdatum werd om allerlei redenen - zoals de beschikbaarheid van de locatie en het feit dat de 22e op een zaterdag viel - de 22e. Tegelijkertijd verwijst onze uiteindelijke trouwdatum - 22-3-2003 – toch ook twee keer naar het getal 23. In de 23e maand van ons huwelijk werd onze lieve dochter Sterre geboren op… 23 januari.

In de loop van de jaren kwam ik erachter dat 23 niet per se mijn geluksgetal is, maar ‘mijn getal’. Steeds presenteerde het cijfer 23 zich aan me na gebeurtenissen die niet in alle gevallen om geluk draaiden, maar die wel steeds belangwekkend waren. Zo was ik 23 jaar toen mijn vader overleed. En dit jaar volgde 23 juli.

Op 23 juli overleed mijn schoonvader. Buiten was het zonnig, binnen keek ik naar een man voor wie gold dat elke ademteug op dat moment zijn laatste zou kunnen zijn. Ik was de intieme getuige van de rand van iemands bestaan. En niet zomaar iemand. Iemand die er gewoonweg altijd was geweest in het hele leven van mijn vrouw.

Een verzorgster die er bij was schaamde zich achteraf dat het haar allemaal even te veel werd. Zij verontschuldigde zich voor haar emoties. Maar waren het niet juist die emoties die lieten zien hoe mijn schoonvader ook en juist op het laatst van zijn leven omringd was door liefde, aandacht en menselijke warmte?

De kleinkinderen wilden - afzonderlijk van elkaar - maar één ding toen ze het nieuws hoorden. Naar opa. Ze zagen hem nog voordat hij opgebaard was. Ze zagen hem zoals hij gestorven was. De armleuning van opa’s stoel deed voor een van de kleinkinderen even dienst als houten schouder om daar - half opgekruld – op uit te huilen. Het ene neefje sloeg zijn arm om de schouder van het andere neefje en zo stonden ze samen aan het bed. Het bed dat plotseling baar was geworden.

Mijn moment van 2015 volgde bij thuiskomst. Ik schreef er dit gedichtje over.  

Mijn schoonvader is overleden.
Ik hield zijn hand vast bij zijn laatste adem.
Keek mijn vrouw aan,
Toen het leven hem had losgelaten.

Thuis trof ik een engel,
Door wie ik werd onthaald.
Wachtend bij de deur,
Vermomd als bloesemblaadje,
Was ze uit de hemel neergedaald.

Verbeeldde ik mij naar haar te luisteren?
Een mezzosopraan uit een engelenkoor,
die in mijn oor,
‘Het is goed zo’ wist te fluisteren.


Guido van de Wiel is schrijver en ghostwriter van managementboeken, verbonden aan onder meer Verdraaide organisaties en HRcommunity. Hij is executive coach bij de business schools Rotterdam School of Management en TiasNimbas en tijdens de Accenture Innovation Awards is hij onlangs verkozen tot Trendwatcher of the Year 15-16. www.wheelproductions.nl

GuidovandewielB 1200 jpg

Meer in deze categorie: « Agnes Swart Marloes Lammers »

5 reacties

Laat een reactie achter

(*) velden zijn verplicht.