zondag 25 december 2016 19:00

Guido van de Wiel

'Bram! Brá-ham!' Ik roep de naam van onze zoon zonder te weten of hij mij hoort. Ik loop over de heide richting het bankje onder de oude eik waar mijn vrouw Else, onze dochter Sterre en ik een klein uur daarvoor nog naar het begin van de zonsondergang hadden zitten kijken. Zou hij naar deze rand van het bos zijn gelopen? En welke route had hij dan genomen?

Het is 18 juli, Bram is net drie dagen geleden 9 jaar oud geworden. Het zijn prachtige, zonnige dagen op camping Besthmenerberg. Terwijl wij die avond nog even op de heide naast de camping naar de zonsondergang gaan kijken, blijft Bram liever even voetballen op het veld achter onze kampeerplek. We zeggen dat we zo’n twintig minuten weg zullen blijven.

Bij terugkomst van de avondwandeling treffen we Bram niet op het voetbalveld aan. Ook is hij niet bij onze plek. Zijn voetbal ligt wel voor de voortent. ‘Hij is vast even naar het toiletgebouw’, ‘Hij is ongetwijfeld bij het pleintje van het tafeltennissen’, ‘Zit hij niet in de speeltuin daar?’.

Als blijkt dat alle verklaringen die voor de hand liggen, niet kloppen, neemt onze alertheid hand over hand toe. Mijn vrouw en ik blijven elkaar geruststellen in woorden, maar onze ogen verraden inmiddels paniek en vrees.

Ik loop een rondje langs het buitenzwembad. Onwillekeurig kijk ik daar langs alle lange en korte betonnen randen of… Ter uitsluiting, niet ter bevestiging. Mijn vrouw kijkt me vragend aan als ik weer bij onze retrocaravan aankom. Ik schud nee.

Onze dochter: ‘Ik ga helpen zoeken!’
‘Nee, jij blijft hier!’ Ik hoor mijn veel te strenge toon. Ik buk en leg haar uit: ‘Mama en ik zoeken verder, oké? Blijf jij hier. Als Bram dan komt, kun jij hem hier opvangen en hier houden.’

Else en ik spreken af om ieder een kant op te gaan en zo steeds grotere cirkels te maken in de omgeving. We zouden regelmatig terugkomen bij de caravan.

Elke ronde die ik loop, knijpt mijn maag zich verder samen en voel ik minder en minder gêne om zijn naam luid over de camping te roepen. In mijn derde rondje beland ik weer op de heide buiten de camping. Daar zie ik dat de zon bijna helemaal onder is. De duisternis zal nu snel intreden. Geen Bram. Opgefokt ren ik alweer terug naar de camping, zie te mooie kleuren en besluit toch snel bovenstaande foto met mijn iPhone te maken.

Natuurlijk komt hij even later gewoon aanlopen. Is bij een nieuw campingvriendje geweest. Mocht in hun vakantiehuisje zijn Minecraft-wereld laten zien op hun iPad. Hoe lang weg? Echt? Al drie kwartier?
Ja, hij had willen opschrijven dat hij nog even weg was, maar had geen pen. De caravan was op slot geweest en de sleutel lag niet op de afgesproken plek.

De foto van die zonsondergang, het moment dat de dag bijna overging in een inktzwarte nacht, is mijn moment van 2016. Het moment dat onze zoon opging in een andere, virtuele wereld. Ook al was het maar drie kwartier. Het moment dat een moment, drie kwartier en een eeuwigheid duurde.


Guido van de Wiel is schrijver, ghostwriter van managementboeken, trendwatcher en coach.

Hij vindt het een steeds groter probleem dat hij spareribs zo lekker vindt smaken.
Zijn favoriete team bestaat uit vier personen en is zijn gezin.

Meer in deze categorie: « Agnes Swart Sandra van Kolfschoten »

6 reacties

Laat een reactie achter

(*) velden zijn verplicht.