donderdag, 29 december 2016 14:00

Sanne Roemen

Sanne Roemen Foto: Mario Roberto Ruiz

“Ik mag niet dood.”

Jouw stem aan de andere kant van de lijn, van het leven zo lijkt het, breekt. Je wereld stort in. De nog functionerende helft van je lichaam doet dat onder voortdurend protest. Alles wat nog beweegt van binnen en van buiten doet dat met steeds meer pijn en moeite. Maar ze vinden je nog te vitaal.

Ruim zestig jaar lang sla jij je al op wilskracht door het leven heen. Eerst met ‘alleen maar’ een post-polio syndroom, later een herseninfarct met een halfzijdige verlamming erbovenop. Epilepsie, angststoornis, depressies. Dagelijks schrik je en baal je dat je toch weer wakker geworden bent. Te vitaal. Geen uitzichtloos en ondraaglijk lijden op medische gronden vastgesteld.

Een voor een, soms paarsgewijs, vertel je je dierbaren dat je zal gaan sterven. Je blijft overeind bij reacties van woede en onbegrip. Je bent dankbaar voor wie jouw keuze vol compassie kan omarmen. Viert met hen een machtig mooi leven en de opluchting over het aanstaande vertrek.

Dit druppelsgewijs in gang gezette afscheid, zo’n zorgvuldig en liefdevol proces, wordt abrupt verstoord. De huisarts was bereid en het akkoord van de SCEN arts leek een formaliteit.

“Ik mag niet dood.”

Mijn gedachten gaan meteen in overdrive. Waar ligt de grens van hulp bij zelfdoding? Ken ik een advocaat aan wie ik kan vragen hoe ver ik mag gaan? Die spullen kan je toch ook gewoon op internet bestellen? Ik verbaas me niet eens dat ik niet opgelucht ben dat mijn maatje langer bij ons blijft. Te mogen sterven is jouw diepste verlangen. Je bent er echt klaar mee. En er klaar voor. De afgelopen jaren wordt me dat bij elke ontmoeting meer duidelijk. Je bent klaar om los te laten en ruimte te maken in de levens van de mensen die van je houden.

“Niemand houdt me tegen hoor!”

We staken in 2006 eens over naar Terschelling voor een dagje uit. Je was angstig en verdrietig. We hadden een mooie dag maar je reed regelmatig een stukje voor me uit om een potje te janken. Het souvenirwinkeltje met scheepjes in flesjes kon jij niet naar binnen. Ik kocht maar zo’n flesje voor je. Met een onbereikbaar bootje erin.

“Ik mag toch dood.”

Op een zonnige dag in maart kom ik een uurtje voor jouw euthanasie zodat je je fort en de liefde van je leven, mijn vriendin, voor een paar dagen aan mij over kan dragen. Ik zorg voor een veilige haven totdat de storm rond je vertrek een beetje is gaan liggen.

Jij gaat weer oversteken. Naar een onbekende bestemming.

“Mijn koffers zijn gepakt hoor! Ik ben er klaar voor”.

Geen angst. Geen verdriet. Eerder een verheugen op het volgende hoofdstuk.

Je rolt zo de kamer uit, vergeet mij nog bijna gedag te zeggen.

“Doei!!”

Doei lief maatje.

Sanne Roemen - Faciliteert co-creatie van on- en offline netwerken waar de wereld beter van wordt. www.sanneroemen.nl

Foto: Mario Roberto Ruiz http://www.studio9photography.nl/

13 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.