woensdag, 28 december 2016 22:00

Arno Wip

“Pap, B&M hebben vragen, maar zij durven er niet over te beginnen. Ze willen jou geen pijn doen, en ze weten ook niet of je boos wordt. Voor jou is het je zoon, dat weten ze. Maar het is ook hun broer.”  Bam. Negentien jaar is ze pas. We komen van een theatervoorstelling en hebben nog een kop koffie gedronken. Bij het afscheid gooit ze deze er even in. De vragen gaan over mijn oudste zoon (32). Het is acht jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag. Hij kwam toen zwaar onder invloed bij ons thuis. Het was de beroemde druppel. B&M, onze tweeling, was toen een jaar of negen. Ik sprak er daarna niet meer over, mijn kinderen vroegen nergens naar. Naar nu blijkt niet omdat ze geen vragen hebben, maar meer omdat ze er niet naar durven vragen. Ik maak het de volgende dag bespreekbaar. Ik leg uit waarom ik geen contact meer zoek en vertel dat ik geen taboes of geheimen heb. “Waar is S eigenlijk?”, vraagt mijn jongste dochter. “Ik weet het niet”, antwoord ik. “Maar als jullie contact willen met hem dan vind ik dat prima, fijn zelfs.” Ik zeg toe te zullen uitzoeken waar hij op het moment verblijft.

Twee weken later overlijdt mijn broer op 54-jarige leeftijd. Na 40 jaar alcohol had zijn lichaam geen weerstand meer en gaf het op. Ik kreeg het telefoontje tijdens een vergadering. De cynische vraag die ik mijzelf al een paar jaar stelde was beantwoord: wie gaat er eerder dood? Mijn vader, mijn broer of mijn zoon? Ik sliep die nacht prima.

Er kwam geen uitvaart. Geen advertentie. Niet eens een kaartje. Mijn ouders waren 'er wel klaar mee'. Ik vond er van alles van en veroordeelde mijn ouders ook. Ik trok de conclusie dat mijn ouders niet meer in staat waren om nog bij hun gevoel te komen.

Dat was mijn moment. Het licht ging aan.

Ik heb acht jaar lang mijn zoon 'weggerationaliseerd'. Ik heb mijzelf verteld dat ik mijzelf en mijn gezin moet beschermen. Ik heb een aandeel gehad in zijn gebrekkige ontwikkeling, maar ik heb voldoende boete gedaan. Ik nam hem (een aantal keren) in huis, ik betaalde zijn onderdak. Ik heb geprobeerd hem te helpen en bleef met de schulden achter. Ik heb het geprobeerd, en het is niet gelukt.

Allemaal bullshit natuurlijk.

In werkelijkheid heb ik de relatie met mijn zoon losgekoppeld van mijn gevoel.

Na acht jaar schreef ik hem een brief. Hij belde mij daarna op en ik ben op bezoek geweest (hij zit al 2,5 jaar in een gevangenis). Het is confronterend om je zoon te bezoeken die vastzit wegens zeer ernstige delicten. Het is eng om opnieuw het risico te lopen teleurgesteld te worden. Het is beangstigend om mijzelf weer open te stellen. Het risico op nieuwe pijn is groot.

Ik weet nog niet eens goed wat ik voel.

Maar echt, alle gevoel is beter dan geen gevoel.


Arno Wip (Berend Quest)

More in this category: « Peter Wybenga Coco Gubbels »

22 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.