maandag, 25 december 2017 11:00

Arno Wip

“Waarom doe je dit toch allemaal voor mij?” “Omdat je mijn zoon bent”, antwoord ik. Hij huilt. En, ook al is hij onder invloed, het raakt mij. Hard en diep. Ik heb hem in 30 jaar niet eerder zien huilen. We eten een broodje en daarna rijd ik hem naar het politiebureau. Ik rijd naar huis. Stuk. Leeg. Als de Rechter Commissaris mij ’s middags belt met de vraag of hij weer bij mij terecht kan zeg ik nee. Dus wordt hij vastgehouden.
Het is 9 oktober 2017.

November 2016 overlijdt mijn broer aan de gevolgen van alcoholmisbruik. Hij is 54. Mijn broer wordt gecremeerd. Zonder rouwdienst, zonder kaart, zonder advertentie. Mijn ouders kunnen het niet meer opbrengen. Ik ben geschokt. Niet door het overlijden, eigenlijk niet eens door de manier waarop het gegaan is. De schok is dat ik mij realiseer dat je heel veel afstand tot je gevoel moet hebben genomen om op deze manier afscheid te nemen van je kind, je broer.
Mijn kind heb ik dan 8 jaar niet gezien. Zonder dat ik er dagelijks onder lijd. Ik moet er iets mee.
Dit gaat mij niet overkomen! Godverdomme!

Wanneer ik de bezoekzaal binnenstap zie ik in een flits dat jochie van 3 die reikhalzend naar zijn vader uitkijkt voor een ‘papaweekeindje’. Die ogen. Die blik: ‘Jaaa!!! Daar is papa!!’. Dat kind is inmiddels 33. Hij zit voor een ernstig en gewelddadig misdrijf. Bekend met forse verslavingsproblematiek. We praten. Het gaat goed met hem. Medicatie, behandeling en veel sporten. “Ik ga je niet meer proberen te redden”, leg ik hem uit. “Die tijd is voorbij. Ik zou willen dat ik dingen anders had gedaan, maar het is zoals het is. Ik wil er voor je zijn, maar niet meer vanuit ‘schuld en boete’. Ik wil er voor je zijn omdat je mijn kind bent. Ik wil er voor mijzelf zijn omdat ik niet verder wil vervreemden van mijn gevoel.” In het voorjaar komt hij bij ons op verlof.
Ik ben intens gelukkig en was nog nooit zo verdrietig tegelijk.

14 Juli komt hij voorwaardelijk vrij. Eén van de voorwaarden is dat hij bij ons woont tot er een beschermde woonvorm is gevonden. Omdat de woonvorm laat wachten en de behandeling niet wordt opgestart trek ik alles naar mij toe. Ik ben hem opnieuw aan het ‘redden’. Dat moet niet, maar het werkt wel.
Een tijdje dan.

Op 1 oktober gaat hij van huis en komt niet meer terug. Hij weigert contact met mij, duikt onder en gaat drinken. Ondanks dat ik het mij zo anders had voorgenomen ben ik opnieuw de vader die zijn kind verliest. Ik ben woest op mijzelf omdat ik het weer heb laten gebeuren. Ik ben kapot van het feit dat ik opnieuw aan mijn kinderen moet uitleggen dat het weer mis is. Ik heb pijn en verdriet.
Maar, ik VOEL!

Mijn Moment? Het besluit dat hoe het ook voelt, ik niet meer uit contact ga.
Ieder gevoel is beter dan geen gevoel.

Arno Wip werkt bij de Reclassering Nederland, is voorzitter van SC Bolsward, doet aan sociale media als Berend Quest en bouwt met zijn lief aan de CUX12.

15 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.