dinsdag, 26 december 2017 14:00

Els ten Napel

Nazomer op Texel. Na weken voorbereiding is mijn ieniemienie-expeditie een feit. Ik kampeer. Op mijn eigen eiland. Bevochten op de beperkingen die de altijd aanwezige chronische vermoeidheid met zich meebrengt. Genietend van de triomf wil ik in mijn slaapzak nog even mijn onderweg gemaakte foto’s bekijken. Maar dat lukt niet, want ik zie dubbel. En niet een beetje ook.

‘s Morgens lijkt alles weer normaal, maar binnen een paar dagen tijd zie ik zo erg dubbel dat zelfs in mijn eigen huis rondlopen op een perverse Eftelingattractie lijkt. De beelden die mijn ogen produceren staan diagonaal boven elkaar. Ik bestel vilten ooglapjes en kan niet meer zonder. Mijn linker brillenglas wordt door mijn moeder afgeplakt. Zelf krijg ik dat prutswerk met een schaartje en pleisters niet voor elkaar.

Lopend met één oog voel ik me of ik dronken over straat ga. Al die kleine hobbels, een flauw talud, onregelmatigheden in de straat waar over je normaal zonder erbij na te denken loopt, worden een hindernisbaan. Met behulp van mijn nordic   walkingstokken kom ik toch veilig in het dorp. Dan maar een toerist. Groenten snijden, drinken inschenken, een stekkertje in een contact steken. Ineens is alles moeilijker. Ik giet kokend water over mijn voet en stoot keihard mijn hoofd. Ik kan niet fietsen en autorijden. Ik slaap twaalf uur per nacht. Doodmoe. Maar liggend in bed met mijn ogen dicht, is de wereld weer normaal. Een verademing.

Is dit voor altijd? Wat is het? Is het iets ergs? Gaat het over? Moet ik geopereerd? Geen antwoorden. En ik mag van mezelf niet googlen         , want ik weet dat ik dan binnen twee muisklikken een terminale aandoening vind. De medische zoektocht gaat traag. Aanvankelijk is mijn eerste afspraak met een specialist op het gebied van dubbelzien pas eind januari mogelijk. Mijn schoonzus springt in dankzij haar kan ik binnen een paar dagen terecht bij een orthoptiste in een optiekzaak en daarna komt ook in de officiële medische wereld de boel een beetje op gang. Ik kom de weken erop bij een oogarts, nog twee orthoptisten en een neuroloog.   

De laatste weken van november begint er iets te verbeteren. Ik raak niet meer in paniek als ik ‘s nachts m’n ooglapje niet kan vinden als ik de trap af moet. Ik merk dat het zonder bril weliswaar een wazige wereld is, maar dat die niet meer volledig uit elkaar lijkt te vallen. Ik kan zelfs weer een teentje knoflook snijden. Met een oude, niet afgeplakte bril kan ik soms weer een poosje bijna normaal zien, maar als ik moe begin te worden, zet ik nog opgelucht de bril met het afgeplakte linkerglas op.

De meeste enge ziektes zijn inmiddels uitgesloten en het herstel is uit zichzelf doorgegaan. Na dik twee maanden begint de wereld weer normaal te worden. Al voelt het soms alsof ik door zo’n 3D-kijker in een museum naar een foto kijk. Ik zie diepte… maar echt kloppen doet het niet. En op de meeste avonden komen onbarmhartig de dubbele beelden ineens weer terug. Ik haal de plakker nog niet van de bril.


Els ten Napel is historisch-geograaf en kennis-omnivoor. Zij life-hackt zich op Texel met wisselend succes naar een goede gezondheid. https://twitter.com/fiederels

More in this category: « Amy van Son Raymond Witvoet »

18 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.