zondag, 31 december 2017 09:00

Michiel Berger

Ik weet het nog goed. Ik schrok er zelfs van. Toen mijn oudste 9 werd (hieperdepiep hoera, een taart met 9 kaarsjes, in 1x uitgeblazen), dacht ik: Damn, nu is hij halverwege. Nog een keer 9 jaar en hij is 18, en dan vertrekt hij uit huis. Het leek een hele wereld weg, want hoe klein is een kind van 9… blij met een Lego set en een fotocameraatje. Maar dit jaar is het gebeurd en werd hij toch echt 18. En dan gaat alles ineens vanzelf. Eindexamen. Studiekeuze. Toelating. Delft. Kamer zoeken en vinden.

Een paar jaar geleden las ik een MijnMoment verhaal van iemand van wie het kind het huis uit was gegaan dat jaar. Ze vertelde dat ze onderweg terug in de auto keihard had gehuild. Nu ben ik zelf al niet sterk in afscheid, maar dit verhaal zorgde er voor dat ik er extra tegenop zag. En tijdens deze zomer was ik af en toe ook best eventjes verdrietig, als niemand keek. Shit wat ga ik hem missen. Maar eigenlijk was het gewoon goed, zoals het ging. Hij was er aan toe om uit huis te gaan, zijn eigen leven te beginnen. Niet aan mezelf denken, het gaat om hem. Prachtig dat hij zo ver is, en zo goed in het leven staat. Met een eindexamen slaag je als ouders ook een beetje.

Vorige maand dacht ik na over hoe ik er zelf voor stond toen ik 18 was en met mijn studie begon. En dat hij nu op dat punt is aangekomen. Dus ik vroeg hem hoe dat nou ging, studeren nu. Wij gingen wel eens samen in de faculteitsbibliotheek van natuurkunde samen studeren, met boeken er bij, van Feynman bijvoorbeeld. Deed hij dat ook? Nee pap, niet echt, nu is er Youtube en Khan Academy. Ah ja. Een kind van deze tijd. Die geen tv abonnement wil hebben want alles is toch streaming. Die dus grootverbruiker is van Spotify en Netflix. Die met z’n vriendin een weekendje weg in Antwerpen zelf regelt, en in een AirBnB slaapt (maar dat wel even checkt bij mij, AirBnB, is dat een goed idee?).

Maar dit is Mijn Moment, en daar horen ook stats bij. Een kind uit huis betekent dat je hem veel minder vaak ziet. Aangenomen dat ik 90 word, plus een schatting van hoeveel ik hem vanaf nu zal zien, heb ik uitgerekend dat ik ongeveer 83% van de dagen samen met de oudste heb gehad. Voor de liefhebbers; het 50%-punt ligt normaal gesproken in het 11e levensjaar van je kind. Mijn jongste is al 11. Yikes! In diezelfde tabel kan ik zien dat ik nog maar ongeveer 5% over heb van de dagen met mijn eigen ouders, die gelukkig allebei nog leven in goede gezondheid, met af en toe een medisch steuntje in de rug. En realiseer ik me dat zij zichzelf ook opzij hebben gezet toen ik het huis uit ging, en samen-tijd koesteren zoals ik dat doe. Je kijk op je ouders verandert, als je zelf een volwassen kind hebt.

Vorige week bedacht ik me nog zoiets, rond cijfertjes. Nog een keer 18 jaar vanaf nu en dan ben ik zelf 65. Niet dat dan het leven eindigt maar jeetje, aangenomen dat die 18 jaar weer sneller gaan dan die er voor heb ik dus bepaald niet meer die oneindige ‘zee van tijd’ voor me. 18 jaar geleden kregen we ons eerste kind en ik weet het nog als gisteren. En ik moet zeggen dat die gedachte me even bij de keel greep. Lichte paniek!

Natuurlijk ‘weet’ ik dit allemaal al lang. Kinderen worden groot. Je tijd op aarde is eindig. Volg je passie. Spendeer goede tijd met je kinderen, en met je ouders. Maar dit jaar kwamen die draadjes ineens op een heel ander, bitterzoet niveau samen. En zijn al die clichés ineens heel echt geworden, op het dringende af.

11 comments

Leave a comment

(*) velden zijn verplicht.