Carola Rietdijk

“Toch niet zo’n slang in m’n keel hè”, zeg ik geschokt. De longarts bevestigt mijn bange vermoedens en kijkt me meewarig aan. Geen idee wat ze denkt. Maakt me ook niet uit. Ik weet wel wat ik denk: help, wegwezen hier. René luistert via de microfoon mee. Aan zijn kant is het doodstil. Hij weet precies wat mij te wachten staat. Ik slik een keer en krijg het Spaans benauwd. M’n gedachten dwalen af. Ik was 15 jaar. Mijn vader vertelde dat opa erg ziek was. En dat hij allerlei onderzoeken kreeg, waaronder een slangetje in z’n keel. Dat moment vergeet ik nooit meer. Diepe indruk maakte het op mij. Ik vond het zo’n naar idee. Terug naar de spreekkamer. “Ga ik dan volledig onder narcose?” vraag ik nog hoopvol. Nee, dat zit er niet in. Ik zucht. Ze mogen alles met me doen. Of het nou bloedprikken is, een infuus of nucleaire scan – het maakt me allemaal niets uit. Ook een meterslange slang in m’n achterwerk zal me een rotzorg zijn. Behalve dat gefrot in mijn keel. Daar zie ik huizenhoog tegenop.

Ik herpak mezelf en zeg quasi opgewekt: “Het is niet anders.” Op D-day zit ik in een voorportaal van de behandelkamer. De zenuwen gieren door mijn lijf. Ik zet m’n telefoon uit. ‘Focussen Rietdijk’, fluister ik tegen mezelf. Ik leuter wat tegen de verpleegkundige, die de eerste spray toedient om m’n keel gevoelloos te maken. Daarna volgt nog meer verdovingsvloeistof. Mijn gekwebbel neemt langzaam af. Behoedzaam loop ik de behandelkamer in. Maar liefst vier man sterk staat me op te wachten. De arts-assistent staat aan het roer van het onderzoek. Ik kijk hem doordringend aan. Mijn God, deze komt net uit de schoolbanken gerold. Hij stelt allerlei vragen en ik denk ondertussen: ‘Wat een onzin. Schiet nou maar op.’ Ik onderdruk een grijns, want ik hoor het mijn moeder gewoon zeggen. Inmiddels lig ik op de onderzoekstafel en heb een bijtring tussen mijn tanden. Dan wordt het stil.

De verpleegkundige vraagt of ik het fijn vind als ze mijn hand vasthoudt. Ik knik. Vreemd genoeg geeft het mij rust. Ik sluit mijn ogen en laat de rest over mij heenkomen. Af en toe sla ik mijn ogen open en kijk ik de vriendelijke verpleegkundige aan. Ze spreekt me de hele tijd bemoedigend toe. Geschikt voor het vak, schiet er door mijn hoofd. Wat ben ik toch een vakidioot. Ik probeer aan leuke dingen te denken. Kansloos. De minuten kruipen voorbij. En ineens zit het erop. De bijtring mag eruit en ik heb direct weer praatjes. “Zo, weer wat geleerd”, zeg ik tegen de jonge dokter. “Dit was niet de eerste keer hoor, mevrouw.” Ik glimlach en denk er het mijne van. Twee uur later zit ik te nippen aan een cappuccino. Mijn keel voelt nog rauw aan. Ik denk aan de verpleegkundige. Ze heeft me er doorheen geloodst. Een hand van een patiënt zo liefdevol en tegelijkertijd zo stevig vasthouden, is van ongekende waarde. Ik gun eenieder zo’n ‘mangomoment’.

8 reacties op “Carola Rietdijk”

  1. Wat fijn dat ze je er doorheen hielp, dat is echt ontzettend waardevol! (En mooi optimistisch stukje zoals jij dat goed kan, altijd fijn te lezen!)

  2. Ellen Janssens

    He lieve Carola,
    Wat een mooi stukje! Fijn om weer wat van je te lezen, al is de aanleiding verre van. Hoop dat het goed met je gaat, knuffel!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top