Miloe van Beek

‘Je stem klinkt een beetje onvast. Zullen we even stoppen?’

Ik knik.

Als ik mijn koptelefoon af heb gezet en de deur van de geluiddichte opnamestudio open, adem ik in. In het keukentje vul ik de waterkoker. Waarom ben ik hier, schiet door mijn hoofd. Waarom dacht ik dat ik het laatste stuk van mijn boek vandaag in kon spreken, het stuk waarin de hoofdpersoon – mijn oma – lijdt aan de ziekte waarvoor ik nu zelf bang ben.

‘Nog leuke plannen voor dit weekend?’ De regisseur is naast me komen staan. Ik mompel iets en hang een zakje kamillethee in het kokende water. Ik zal niks zeggen over de stress die door mijn lijf giert nadat ik twee uur eerder een knobbel in mijn borst voelde. Dat ik wist dat ik iets had genegeerd wat ik niet mocht negeren. Dat ik de signalen van mijn lichaam niet serieus had genomen. Weer niet. Dat ik nog steeds geen ‘better safe than sorry- persoon ben geworden.

‘Als niets meer vanzelfsprekend is, wordt alles helderder,’ lees ik tien minuten later voor vanaf de iPad waar mijn boek op staat. Wanneer ik erop tik om de bladzijde om te slaan, ben ik bij het dankwoord aangekomen. Ik begin aan de woorden die ik schreef voor de mensen die me het dierbaarste zijn. Na vier zinnen kan ik niet meer praten.
‘Een luisterboek kan ook zonder dankwoord,’ hoor ik de regisseur zeggen in mijn koptelefoon.

Ik knik.

Drie dagen later constateer ik dat de binnenhuisarchitect van de gloednieuwe mamapoli gek is op aardetinten. Okergeel, mosgroen, baksteenrood, alles behalve wit. ‘Gaat het?’ vraagt een jonge verpleegkundige als ze mijn borst in een plastic gleuf heeft gedrapeerd en op een knop heeft gedrukt waardoor hij nu zo plat is als een tortilla.

Ik knik.

Wanneer ze met het echoapparaat gel over mijn beurse borst smeert, houd ik mijn blik strak gericht op de foto van paarse hyacinten aan het plafond. Beelden van de vorige keer dat er mensen in witte jassen aan mijn lichaam zaten, twee jaar en vijf dagen geleden, flitsen door mijn hoofd. Buizen bloed die werden afgenomen, een hamer die op mijn knie tikte, de rolstoel waarin ik door het OLVG-ziekenhuis werd geduwd.

‘Eerst krijg je een verdoving, en dan hoor je het geluid van een nietmachine.’ Daar moet je niet van schrikken,’ zegt de kordate radiologe naast het bed.

Ik knik.

‘Ik heb goed nieuws.’ De chirurg die de volgende dag belt is opgewekt. ‘Uit de biopt blijkt dat het een goedaardige bindweefstelklier is. Het kan gewoon blijven zitten, maar het is heel goed dat je hebt het laten onderzoeken. Better safe than sorry zeg ik altijd maar.’

Ik knik.

2 reacties op “Miloe van Beek”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top